
Padel is geen tennis
Al jaren wordt padel met tennis vergeleken. Bij de ombouw van tennisbanen naar padelbanen wordt vaak gesteld dat beide sporten vergelijkbaar zijn. Ook in de jurisprudentie is padel lange tijd op die manier beoordeeld. Zo stelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State padel in 2019 in belangrijke mate gelijk aan tennis. Beide sporten vertonen immers overeenkomsten: er wordt gespeeld met een racket en een bal die over een net wordt geslagen, het spel is bedoeld voor twee of vier spelers en ook de ruimtelijke uitstraling van een padelbaan verschilt op het eerste gezicht niet wezenlijk van die van een tennisbaan (ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1746). Destijds was daarom de gedachte dat ook de invloed op de omgeving nauwelijks afweek van die van tennis.
Inmiddels is duidelijk geworden dat padel en tennis, juist als het gaat om de invloed op de omgeving, aanzienlijk van elkaar verschillen. Beide sporten produceren geluid, maar padel veroorzaakt een aanzienlijk hogere geluidbelasting. Dat heeft meerdere oorzaken. Zo zorgt de dichte structuur van een padelracket voor een harder contactgeluid, kunnen op hetzelfde oppervlak meer padelbanen worden aangelegd dan tennisbanen en ligt het speltempo hoger, waardoor meer slagen per minuut plaatsvinden. Bovendien ontstaan bij padel scherpe, snel opeenvolgende piekgeluiden door het contact van de bal met het racket en de glazen wanden. Het geluid van tennis is daarentegen aanzienlijk zachter. Zowel het gemiddelde geluidsniveau als de piekniveaus liggen bij padel hoger dan bij tennis.
Dat padel veel geluid produceert en aanzienlijke hinder kan veroorzaken, betekent echter niet dat sprake is van een lawaaisport. Dat oordeelde de rechtbank Gelderland in een procedure over de aanleg van padelbanen bij een tennisvereniging (ECLI:NL:RBGEL:2026:3759). Omdat het bestemmingsplan geen definitie van het begrip lawaaisport bevatte, sloot de rechtbank aan bij de betekenis in de Van Dale. Daaruit volgt dat een lawaaisport een sport is waarbij veel lawaai wordt geproduceerd door motoren of andere mechanische bronnen, zoals motorcross of autosport. Volgens de rechtbank valt padel daar niet onder. Dat het geluid van rackets en ballen door omwonenden als hinderlijk wordt ervaren, is voor die kwalificatie niet doorslaggevend.
Ontwikkeling in de jurisprudentie
De beoordeling van padelbanen verschilt nog steeds per gemeente. Veelal wordt aansluiting gezocht bij de bestemming of functieaanduiding tennisbanen, die volgens de VNG-brochure valt onder milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter al in 2019 dat onder omstandigheden ook een afstand van 40 meter voldoende kon zijn (ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1746). In die zaak werd geoordeeld dat de vergunde padelbanen pasten binnen de bestemming Sport en de functieaanduiding tennisbanen. Deze uitspraak heeft vervolgens jarenlang als uitgangspunt gediend bij de beoordeling van nieuwe padelbanen, met als gevolg dat padelbanen ook zijn gerealiseerd op locaties waar zij, gelet op de daadwerkelijke geluidbelasting, mogelijk niet passend waren.
De praktijk laat inmiddels een ander beeld zien. Tegen de aanleg van nieuwe padelbanen wordt regelmatig bezwaar gemaakt. Ook bij reeds gerealiseerde padelbanen ontstaan veel klachten over geluidhinder. Deze klachten komen terecht bij gemeenten, omgevingsdiensten en de Nederlandse Stichting Geluidhinder (NSG). Bovendien blijkt uit steeds meer onderzoeken dat bij padelbanen de geldende geluidnormen ter plaatse van woningen regelmatig worden overschreden.
Ook in de jurisprudentie is een duidelijke ontwikkeling zichtbaar. Zo oordeelde de rechtbank Noord-Holland dat bestaande padelbanen, omdat zij niet voldeden aan de geluidnormen uit artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit, tussen 20.00 uur en 07.00 uur gesloten moesten blijven (Rechtbank Noord-Holland 30 september 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:8688).
Een belangrijke volgende stap volgde met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 29 januari 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:316). Daarbij werd onder meer gebruikgemaakt van de Handreiking Padel en geluid, opgesteld door de NSG, de KNLTB en andere partijen en gepubliceerd in januari 2023. De Afdeling oordeelde dat inmiddels sprake is van gewijzigde planologische inzichten over de akoestische inpasbaarheid van padelbanen in de nabijheid van woningen.
Deze ontwikkeling kreeg verdere bevestiging in de uitspraak van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 19 juni 2026 over de aanleg van padelbanen op een tennispark in Haelen. Het geldende bestemmingsplan voorzag op deze locatie uitsluitend in tennisbanen. Op de beoogde locatie rustte de bestemming Sport met de functieaanduiding tennisbaan, waarbij uitdrukkelijk was bepaald dat de gronden uitsluitend bestemd waren voor de uitoefening van de tennissport en de daarbij behorende voorzieningen, zoals een clubgebouw, kantine en kleedkamers. Hoewel padel onmiskenbaar een sport is, stond in deze procedure de uitleg van het begrip tennisbaan centraal.
De gemeente beriep zich daarbij op de eerdergenoemde uitspraak uit 2019. De rechtbank oordeelde echter dat deze uitspraak inmiddels is achterhaald. Padel was destijds nog veel minder bekend en inmiddels is voldoende gebleken dat padel zich op essentiële punten onderscheidt van tennis. Daarbij verwees de rechtbank onder meer naar de notitie van de Nederlandse Stichting Geluidhinder van 27 maart 2023. Volgens de rechtbank bestaan duidelijke verschillen in de ruimtelijke uitstraling, de geluidproductie – die ongeveer 8 dB(A) hoger ligt dan bij tennis – en de intensiteit van het gebruik.
De rechtbank vernietigde daarom de verleende omgevingsvergunning voor de aanleg van de padelbanen in Haelen.
Advies van n4o BV en de NSG
Voor de aanleg van padelbanen zal in veel gevallen een omgevingsvergunning nodig zijn. Juist tijdens deze procedure moet zorgvuldig worden beoordeeld welke gevolgen de aanleg heeft voor de woonomgeving en of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn om geluidhinder zoveel mogelijk te voorkomen.
Die beoordeling moet breder zijn dan uitsluitend een toets aan de wettelijke geluidnormen. Hinder kan niet alleen worden veroorzaakt door het spel zelf, maar ook door stemgeluid van spelers en toeschouwers, het komen en gaan van bezoekers en andere activiteiten op het sportpark. Juist deze geluiden worden in de praktijk vaak als zeer hinderlijk ervaren, terwijl zij binnen de geluidregelgeving niet altijd volledig worden meegewogen. Zo blijven bij de beoordeling van piekgeluiden onder meer het komen en gaan van bezoekers en stemgeluid bij sport- en recreatieactiviteiten in de open lucht buiten beschouwing.
Op grond van de geldende regelgeving mag het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op de gevel van nabijgelegen woningen overdag niet hoger zijn dan 50 dB(A). In de avondperiode geldt een grenswaarde van 45 dB(A) tot 23.00 uur en in de nachtperiode van 40 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur. Het voldoen aan deze normen betekent echter niet automatisch dat omwonenden geen hinder zullen ervaren.
Een zorgvuldige belangenafweging blijft daarom noodzakelijk. Daarbij moeten zowel de belangen van de sportvereniging als die van de omwonenden volwaardig worden meegewogen. Door al in de planvorming rekening te houden met de feitelijke geluidbelasting en de beleving daarvan, kunnen langdurige procedures, klachten en kostbare aanpassingen achteraf in veel gevallen worden voorkomen.
Recente artikelen
Kennis groeit door haar te delen. Daarom publiceren wij regelmatig artikelen over milieu, geluid en ruimtelijke ordening. Praktisch, actueel en direct toepasbaar.




